Haar rollende woorden deden Spinvis verbleken. We ontvluchtten de zaal voor thee in het Vondelpark. Het is twee uur in de ochtend. De buschauffeur wacht. Hij heeft een druipsnor, een echte.
‘Wil je me een keer binden, zoals toen?’ vraagt Draak. Ze staart naar de open deur van de bus.
‘Graag,’ zegt de vrouw van de rollende woorden. Ze kijkt naar de grond en zwijgt even. ‘Meen je dat?’ vraagt ze dan.
‘Ja. En jij? Meen jij het?’
‘Ja.’
We durven niet te zoenen. De busdeur verlost ons van het schutteren. Ik zwaai met grote armbewegingen.
‘Jij houdt van drama,’ zegt Draak spottend. ‘Of doe je dat zo vanwege de zwabberarmen.’
‘Ha,’ zeg ik, ‘pikorde. Net stond je te blozen als een schooljongen.’
Op de terugweg naar huis zegt klein olijfje: ‘ze houdt niet van humus, geitenvlees, geitenkaas, geitenmelk.’
‘Ik wel,’ zegt Draak.
‘Maar je gaat er bokkig van ruiken en dan vindt zij misschien wel dat je stinkt.’
‘Ja, hoor eens even, ik eet wat ik wil en ik houd van bokkig. Lekker meuren.’
Na een poosje stil te zijn zegt klein olijfje: ‘eigenlijk mag het niet, iemands vriendin afpakken. Het staat in de bijbel. Het is een van de zeven hoofdzonden.’
‘Oh nee,’ zegt Draak, ‘schuif me dat niet in de schoenen. Afpakken… belachelijk. Zij is van zichzelf en van niemand anders. Dat ik verwarring zaaide en misschien een vonk liet vlakkeren puur omdat ik ik ben, wil niet zeggen dat ik de macht heb iemand weg te halen bij een ander. Ze heeft mij zelf gevraagd om te komen. Dat is geen afpakken. Ze is vrij om te blijven en vrij om te gaan zowel hier als daar en misschien wil ze wel allebei.’
Draak snuift en krabt krassen in het asfalt. ‘Hmpf. Er staat wel meer in de bijbel. Wat is het voor een God die een vader vraagt zijn zoon te offeren uit vroomheid. Afgunst, vraatzucht, begeerte… tenminste drie van de zeven zijn me niet vreemd…. de grootste zonde is angst en ook daar kan je niet veel aan doen. Angst brengt liefde om zeep. De liefde voor jezelf om te beginnen. Moet je zien hoe klein jij je maakt omwille van de lieve vrede. Je kruipt, je dweept, je vleemt. En jij ook Olijf. Niet schrijven omdat je vreest op harten te trappen. Je klein en onzichtbaar maken. Nou, ik pas.’ Ze roffelt met een poot op haar borst. ‘Ik vertik het. Ik wil me niet langer klein maken. Ik pas niet in het keukenkastje, mijn schubben vallen uit, mijn huid vergrauwt… er blijft niets van me over. En eerlijk gezegd staat babyroze jou ook niet, klein olijfje.
Doe mij maar een bokkegeur en desnoods ben ik de zondebok, maar ik vertik het me nog langer kleiner te maken dan ik ben. Ik zie de groene freule graag en als zij mij mag, dan is dat spannend en leuk en fijn en mocht ze me verfoeien om mijn geur jammer dan… eh, houdt ze wel van olijven eigenlijk?’
‘Dat weet ik niet zeker,’ antwoordt klein olijfje. ‘Ze zei dat ze jou cool vindt, Draak, dat heeft ze gezegd.’
2012 ©olijfje
Niet afgepakt…. gewacht…. tot ze vrij was…. dat is iets heel anders…
Vrijheid staat haar bijzonder goed.